Onderzoeksresultaten
AWBZ vooral voor verpleging en verzorging
Mensen kunnen om verschillende redenen in aanmerking komen voor zorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Dit zijn de zogeheten grondslagen op grond waarvan indicaties worden afgegeven. Deze grondslagen zijn te verdelen in vier verschillende groepen:
- Verpleging en verzorging, voor mensen met een lichamelijke ziekte of aandoening door ouderdom
- Gehandicaptenzorg, voor verstandelijk gehandicapten
- Geestelijke gezondheidszorg (GGZ), voor mensen met een psychiatrische aandoening
- Overig, bijvoorbeeld voor zintuiglijk gehandicapten en mensen met psychosociale problemen
Verpleging en verzorging, bijvoorbeeld in een verpleeghuis, is veruit de grootste grondslaggroep. Het aandeel in het aantal afgegeven indicaties is wel gedaald van 78% in 2006 tot 65% in 2008. Dit komt doordat delen van de AWBZ in de afgelopen jaren zijn overgeheveld naar andere regelingen, zoals de Zorgverzekeringswet en de Wet maatschappelijke ondersteuning.
Er zijn in 2008 zo’n 885.000 indicaties afgegeven aan 585.000 cliënten. In 2006 waren dat nog ruim 1 miljoen indicaties. Daardoor hebben de absolute aantallen indicaties per grondslaggroep soms anders ontwikkeld dan het relatieve aandeel. De grondslaggroep Overig groeide bijvoorbeeld relatief gezien van 9% naar 15%, maar het aantal afgegeven indicaties daalde juist.
In onderstaande figuur wordt de relatieve verdeling van de afgiftes over de verschillende grondslagen in de afgelopen paar jaar weergegeven.
Meer analyses over ontwikkelingen en maatregelen in de AWBZ zijn te vinden in de drieluik AWBZ in het nieuws.

