Paul van Rooij: “Houd de ontwikkeling van declaratiestandaarden in de uitvoering in één hand”

Gepubliceerd op: 2/8/2016

Paul van Rooij, vertrekkend directeur bij GGZ Nederland, heeft in zijn functie veel te maken gehad met Vektis. Aan de hand van vier thema’s kijkt hij terug op wat dit de GGZ heeft gebracht en trekt hij lijnen naar de toekomst. 

Thema 1: standaardisatie

Eenduidigheid en eenheid van taal voor de financiële afhandeling van geleverde zorg, over domeinen heen, is cruciaal om de administratieve lasten te beperken. Zeker voor GGZ-aanbieders, die in alle domeinen (Zvw, Wlz, Wmo en Jw en forensische zorg) werkzaam zijn. “De GGZ wordt overspoeld door regeldruk en administratie en we doen er goed aan kritisch te kijken naar of we alles wel terecht vastleggen en controleren”, zegt Van Rooij. “Maar voor wat we wel moeten registreren is standaardisatie van enorm groot belang in de GGZ.”

Vektis beheert voor alle domeinen de declaratiestandaarden. Van Rooij benadrukt het belang hiervan: “Hou het in de uitvoering alsjeblieft zo dicht mogelijk bij elkaar, want het gaat over dezelfde cliënt. Wat Vektis doet, is alle partijen betrekken bij het standaardisatieproces en via de weg van consensus tot de gewenste aanpassingen komen. De ervaring is dat dit altijd lukt, want het gaat over de inhoud en daarin vinden partijen elkaar. Vektis doet dit onafhankelijk, integer, zorgvuldig en zonder stelling te nemen. Het gevolg van die standaardisatie is dat we als instellingen, gemeenten en zorgverzekeraars allemaal met dezelfde taal werken. Dit is ook belangrijk voor onze cliënten, want standaardisatie helpt om begrijpelijk te maken wat de GGZ voor hen doet, en dat vormt de basis om te kunnen vergelijken en te kunnen kiezen tussen zorgaanbieders.”

Thema 2: zorgvraagzwaarte

De zorgvraagzwaarte-indicator in de GGZ is ontwikkeld om de verwachte zorgvraag van een cliënt weer te geven, gebaseerd op informatie die voorafgaand aan de behandeling bekend is. Vanaf 2016 is de zorgvraagzwaarte-indicator door GGZ-aanbieders weer in de declaratie opgenomen, waarbij Vektis er als Trusted Third Party voor zorgt dat deze informatie via Zorgprisma beschikbaar wordt gesteld aan zorgverzekeraars en instellingen. “Ik ben ontzettend blij dat deze oplossing eruit is gekomen”, zegt Van Rooij. “En het hele veld was er direct voorstander van dat Vektis die Trusted Third Party-rol op zich zou nemen. Dat zegt iets over het vertrouwen dat we als veld in die organisatie hebben. Hiermee is een oplossing gecreëerd die ik als heel kansrijk voor de toekomst zie voor het delen van vertrouwelijke informatie, waarmee de zorgverzekeraars op individueel patiëntniveau niets kunnen maar die op een hoger niveau, in het kader van beleidsontwikkeling en zorginkoop, wel belangrijk is. De informatie geeft zorgverzekeraars een antwoord op de vraag of de geleverde zorg wel past bij de zorgvraag. Een secundair voordeel hiervan voor de cliënt is dat beter zicht hierop meer inzicht biedt in de effectiviteit en de relevantie van de zorg die de GGZ-partijen hen bieden.”

Thema 3: Zorgprisma voor GGZ-instellingen

In aanvulling op het GGZ Basis portaal heeft Vektis samen met GGZ-instellingen Zorgprisma GGZ Plus ontwikkeld, de online-omgeving waarin GGZ-instellingen verdiepende informatie kunnen vinden als basis voor onderlinge vergelijking. Van Rooij onderstreept het belang van deze informatie voor GGZ-aanbieders en zegt: “We zijn dit als branche eerst zelf gaan verzorgen, toen we in de inkoopgesprekken merkten dat de zorgverzekeraars informatie over de DBC-profielen van de instellingen hadden. We hebben onze leden toen gefaciliteerd met vergelijkbare informatie. Dit leidde tot dubbel werk en tot discussie over verschillen in de cijfers in plaats van over de inhoud. Door nu met één bron te werken, laten we die discussie achter ons en kunnen we het meteen over de inhoud hebben. En Vektis kan dit beter dan wij.”

In relatie tot het belang voor de cliënten merkt Van Rooij op dat het een goede zaak is als gegevens voor iedereen inzichtelijk zijn. “Zeker als je het kunt uitbreiden met informatie over de kwaliteit van de geleverde zorg”, zegt hij. “Dan gaat het écht interessant worden, vooral als een patiëntenplatform vervolgens in staat is de data te vertalen naar informatie die relevant is voor de individuele cliënt.”

Thema 4: data combineren

Op dit moment worden data vanuit verschillende bronnen in de GGZ (informatie uit DIS, volume-informatie, declaratiegegevens, kwaliteitsinformatie) nog nauwelijks met elkaar gecombineerd. Hoe kijkt Van Rooij aan tegen de mogelijkheden om dit wel te doen? “Ik ben daar dubbel in”, zegt hij. “Ik weet niet of zonder vooropgezet plan vissen in big data, in de hoop daarin trends te ontdekken, zo zinvol is. Maar ik zie wel mogelijkheden om de combinatie van data op een meer waardevolle manier te benutten door dit gerichter te doen. Kijk bijvoorbeeld naar recent onderzoek waarbij het combineren van gegevens voorspellende waarde had voor de omstandigheden waaronder mensen met een psychische aandoening in een psychose belanden. Aan de ene kant eng, maar aan de andere kant in de preventieve sfeer ook erg waardevol. Het zou een goede ontwikkeling zijn als zorgverzekeraars hun verzekerden meer in de preventieve sfeer gingen ondersteunen en daarvoor biedt het combineren van gegevens wel mogelijkheden.”

Welke rol ziet Van Rooij hierin voor Vektis weggelegd? “Vektis houdt zich bezig met gegevensverzameling en -verrijking”, zegt hij. “Zij kan daarmee een ondersteunende rol spelen in de benutting van het combineren van data, maar ik denk niet dat zij een onderzoeksinstituut moet willen worden. Zij kan wel als aanjager functioneren, door interessante mogelijkheden op dit gebied voor te leggen aan wetenschappers.” En tot slot: hoe kijkt hij in dit verband aan tegen de samenwerking tussen Vektis en Stichting Benchmark GGZ? “Ze doen op verschillende terreinen hetzelfde werk en kunnen dus veel van elkaar leren”, zegt hij, “Dat kunnen ze ook benutten als het tot koppeling van gegevens komt.”