Regionale verschillen in gebruik spoedzorg thuiswonende ouderen

Gepubliceerd op: 27/8/2019

47% van de 65-plussers maakte in 2017 1 keer of vaker gebruik van spoedzorg. Spoedzorg omvat een bezoek aan de spoedeisende hulp (SEH), huisartsenpost (HAP) of eerstelijnsverblijf (ELV). In de gemeente Sluis maken thuiswonende 65-plussers relatief gezien het minste gebruik van spoedzorg: 18%. In Weert is dat relatieve percentage juist hoog: 28%.

30% van de 65-plussers komt jaarlijks op de SEH. 32% bracht een bezoek aan de HAP.

Waddeneilanden

Op Terschelling maakt 32% van de 65-plussers gebruik van spoedzorg in 2017. Slechts 1% van die ouderen bezocht de SEH. Daarentegen bracht 29% van de ouderen een bezoek aan de HAP in dat jaar (landelijk gezien 32%). Waarschijnlijk is het percentage dat een bezoek brengt aan de HAP op de eilanden hoog, omdat eilanders aangewezen zijn op de SEH van het ziekenhuis in Leeuwarden en dus bij spoed eerder een bezoek brengen aan de HAP. We zien eenzelfde beeld op Schiermonnikoog.

Patiëntstromen spoedzorg ouderen

We brachten ook de patiëntstromen van en naar de SEH in kaart. 75% van de ouderen had 1 week voor de opname op de SEH geen specifieke zorg nodig. 2 weken na de opname is dat 37%. De helft van de ouderen die geen zorg had, heeft dus na de SEH wel zorg nodig.

Wanneer we inzoomen op leeftijdsgroepen, dan zien we een ander beeld: bij 65-74 jarigen heeft 85% voor opname op de SEH geen zorg. Na opname is dat 49%.
Bij 75-plussers is dat: 71% heeft geen zorg voor opname op de SEH, na opname is dat 31%.

 

Aanleiding voor dit onderzoek

In 2018 kwamen tijdens de griepgolf ineens veel kwetsbare ouderen terecht in de spoedzorg. Waar kwamen deze ouderen vandaan? Hoe waren zorg en ondersteuning thuis geregeld? Waar konden de ouderen naartoe? Met deze vragen heeft Raedelijn Vektis benaderd. Wij brachten de patiëntstromen rond ouderen en spoedzorg voor hen in kaart. De patiëntstromen en inzichten in dit bericht zijn daar voorbeelden van.