Op de website van Vektis is vanaf vandaag het openbare dashboard met retrospectieve wachttijden in de ggz te vinden. In dit dashboard is op basis van declaratiedata teruggekeken hoeveel tijd er bij zorgtrajecten zat tussen de verwijzing en tussen de intake en de start van behandeling. Het dashboard zelf biedt algemene inzichten: verdiepende analyses op de onderliggende data kunnen in de toekomst aanvullende informatie geven om de toegankelijkheid van de ggz te verbeteren. De gegevens helpen zorgverzekeraars, zorgaanbieders en andere partijen om gerichter te zien waar de grootste knelpunten zitten en daar regionaal op te sturen.
Voorheen was wachttijdinformatie afhankelijk van handmatige aanlevering door een deel van de aanbieders, met verschillen in definities en frequentie en extra administratieve druk tot gevolg. Nu worden wachttijden afgeleid uit declaratiedata van alle ggz-aanbieders die daadwerkelijk zorg hebben geleverd, inclusief kleinere aanbieders en vrijgevestigden. Dit levert een completer en betrouwbaarder beeld op. Aan deze aanpak is gewerkt door Vektis, de NZa, MIND, de Nederlandse ggz, MEERGGZ, LVVP, VWS en Zorgverzekeraars Nederland. “Met de nieuwe inzichten op basis van declaratiedata kunnen zorgverzekeraars hun verzekerden beter helpen om passende zorg te krijgen,” zegt Petra Wormser, algemeen directeur Zorgverzekeraars Nederland.
Gerichter sturen op passende zorg
Met de retrospectieve wachttijden wordt het mogelijk om wachttijden gerichter te analyseren, bijvoorbeeld naar hoofddiagnosegroep, regio en type of individuele zorgaanbieder. Daarbij wordt naast het gemiddelde ook gekeken naar de mediane wachttijd. Dat is belangrijk, omdat gemiddelden sterk kunnen worden beïnvloed door uitschieters. Als de gemiddelde wachttijd bijvoorbeeld 40 weken is, maar de mediane wachttijd 20 weken, betekent dit dat de helft van de patiënten binnen 20 weken is gestart en dat het gemiddelde vooral omhoog wordt getrokken door een kleinere groep met zeer lange wachttijden. Verzekeraars en zorgaanbieders kunnen zich verdiepen in de onderliggende data. De eerste inzichten laten zien dat iets meer dan de helft van de mensen binnen 14 weken na verwijzing kan starten met behandeling en dat ongeveer 80% binnen een half jaar na verwijzing kan starten. Ook wordt zichtbaar dat een kleine groep mensen erg lang wacht. Verder blijkt uit de data dat mensen gemiddeld het langst wachten binnen de hoofddiagnosegroep neurobiologische stoornissen. Deze hoofddiagnosegroep omvat meerdere diagnoses. In de retrospectieve cijfers is niet zichtbaar om welke afzonderlijke diagnoses het precies gaat. Een nadere blik op zorgaanbiederniveau wijst er wel op dat lange wachttijden binnen deze groep vooral zichtbaar zijn bij aanbieders die ADHD-zorg leveren.
Bij de duiding van de retrospectieve wachttijdcijfers is nog voorzichtigheid geboden. De werkwijze is nieuw, ontwikkelt zich nog en partijen doen gaandeweg meer ervaring op met de data. Soms is aanvullende informatie nodig of vragen inzichten om nadere nuance. Ook kan in de cijfers nog declaratieruis zitten, bijvoorbeeld door onjuiste toepassing van ZPM-regels of door vertraagd declareren. Daarom is het belangrijk dat partijen de uitkomsten gezamenlijk blijven duiden en zien als een eerste inzicht. Tegelijkertijd kan deze informatie in de toekomst worden benut om verwijzers en verzekerden beter zicht te geven op het aanbod met kortere wachttijden en om regionaal te bepalen waar extra inzet nodig is, bijvoorbeeld via zorginkoop, betere benutting van capaciteit, regionale afspraken of zorgbemiddeling.
Wachttijden blijven voor veel mensen te lang
Tegelijkertijd maken de cijfers duidelijk dat wachttijden voor veel mensen nog te lang zijn. Directeur Dienke Bos van MIND: “Het is ernstig dat ongeveer de helft van de mensen die hulp nodig heeft langer dan de Treeknorm moet wachten. Zo’n 5% van de mensen wacht zelfs meer dan een jaar. Vooral bij mensen met bijvoorbeeld ADHD, persoonlijkheidsproblemen en eetproblemen is de kans klein dat zij binnen de afgesproken 14 weken worden geholpen. Dat zien we ook bij de zogenoemde restgroep, waar bijvoorbeeld transgenderzorg of zorg voor mensen met dissociatieve aandoeningen onder valt. Dat vraagt om gerichte actie. Door deze verbeterde inzichten kunnen we duidelijker zien waar het nog stokt. En dan kunnen deze mensen eerder worden geholpen, bijvoorbeeld via zorgbemiddeling door de zorgverzekeraar.”
Effecten van lang wachten ook merkbaar bij behandeling en zorgpersoneel
Deze nieuwe inzichten moeten bijdragen aan verbetering: in de eerste plaats voor mensen met klachten en degenen die naast hen staan, maar ook voor de zorg én de samenleving. Ook voor zorginstellingen zijn de effecten van lang wachten merkbaar, bijvoorbeeld in de motivatie van mensen voor een behandeling of de duur ervan. “Uit onderzoek in 2025 blijkt dat een maand kortere gemiddelde wachttijd naar schatting 10 miljoen euro aan extra behandelkosten vraagt, maar 300 miljoen euro aan maatschappelijke baten oplevert,” legt voorzitter Ruth Peetoom van de Nederlandse ggz uit. “Daarnaast zorgen de wachtlijsten voor een grote druk op onze medewerkers. Niet alleen horen we dat van instellingen zelf, ook uit cijfers over de arbeidsmarkt in de zorg blijkt dat meer dan de helft van onze medewerkers al jaren een te hoge werkdruk ervaart.” Deze inzichten benadrukken dat betere wachttijdinformatie alleen waarde heeft als die actief wordt benut om gerichter te handelen. Het dashboard met retrospectieve wachttijden helpt daarbij om scherper te bepalen waar verbetering het meest nodig is.
Bekijk het dashboard met retrospectieve wachttijden in de ggz
Het dashboard wachttijden GGZ is ontwikkeld door de samenwerkende partners van de landelijke werkgroep wachttijden die invulling geeft aan de AZWA afspraken over het verbeteren van de toegankelijkheid van zorg in de ggz.



