Herijking methode bepaling dementiepopulatie

Herijking methode leidt tot een kleinere dementiepopulatie (HP, 8 dec 2021)

Vektis heeft vanaf 2018 de dementiepopulatie en het zorggebruik op basis van declaratie-informatie in beeld gebracht. Eind 2021 hebben we de wijze waarop we de dementiepopulatie hebben bepaald, onder de loep genomen.

Aanleiding was de constatering dat het doortrekken van de bestaande methode tot een onrealistische toename zou leiden, de neerwaartse bijstelling van de populatie door Alzheimer Nederland en – niet in het minst – de reacties van externe deskundigen en instituten zoals het RIVM op de methode. Het onderzoek heeft ertoe geleid dat we de methode hebben aangepast en de dementiepopulatie in 2017, 2018 en 2019 naar beneden hebben bijgesteld.

Blijf op de hoogte

Altijd op de hoogte blijven van al onze nieuwtjes? Meld je dan nu aan voor onze nieuwsbrief.

Nieuwe aanpak

We hebben de dementiepopulatie in twee stappen afgebakend:

  1. In de eerste stap selecteren we iedereen van 40 jaar en ouder met een of meer indicatoren die duiden op dementie. De indicatoren betreffen declaraties uit de Zorgverzekeringswet over wijkverpleging, geneesmiddelengebruik, ziekenhuisbezoek en ggz-gebruik. Ook de indicaties en declaraties vanuit de Wet langdurige zorg zijn betrokken. Aangezien dementie een chronische aandoeningis, hebben we bij het afbakenen van de dementiepopulatie zover mogelijk teruggekeken in de tijd. Hoe ver? Dat verschilt per indicator: voor ziekenhuisdiagnoses zijn we teruggegaan tot 2008, maar voor wijkverpleging is pas informatie vanaf 2017 beschikbaar. Dus iemand die bijvoorbeeld in 2012 de diagnose dementie krijgt, vastgesteld door de neuroloog in het ziekenhuis, rekenen we in 2020 nog steeds tot de dementiepopulatie.
    De indicatoren die bepalen of we iemand in de dementiepopulatie meenemen komen overeen met de indicatoren uit de ‘oude’ methode.
  2. In de tweede stap – en dat is nieuw - passen we een aantal rekenregels/inclusiecriteria toe om tot de herijkte dementiepopulatie te komen. Voorheen rekende we iedereen uit stap 1 tot de dementiepopulatie. In de nieuwe aanpak wordt een persoon geïncludeerd in de dementiepopulatie als wordt voldaan aan één of meer van de inclusiecriteria. a

 

Indicatoren zoals in stap 1 genoemd

Indicatoren
(gebruikt vanaf )

Definitie

Farmacie (2008)

Galantamine, memantine, rivastigmine en donepezil (tezamen één indicator)

Ziekenhuiszorg (2008)

Afzonderlijke indicatoren:

- Diagnose Dementie syndromen - Neurologie

- Diagnose Geheugenproblemen en dementie - Inwendige Geneeskunde

- Diagnose Geheugenproblemen en dementie - Klinische geriatrie

GGZ

(2008)

Diagnose Delirium, dementie, amnestische en overige cognitieve stoornissen

Wijkverpleging (2017)

Zorg aan kwetsbare ouderen en chronisch zieken, langer dan 3 maanden (psychogeriatrisch/psychiatrisch), Ketenzorg dementie, PG, PG-complex (tezamen één indicator),

Wlz-indicaties (2018)

Eerste of tweede grondslag: psychogeriatrische aandoening

Wlz (2017)

Zorg in natura: ZZP VV5, VPT VV5 (dagbesteding psychogeriatrisch)

Pgb: grondslag psychogeriatrische aandoening en/of zorgprofiel 5VV (tezamen één indicator)

 

Rekenregels/inclusiecriteria

Inclusiecriterium

1. Mensen met een Wlz-indicatie met een eerste of tweede grondslag psychogeriatrie (pg). De grondslag pg geeft 'toegang' tot de aan dementie gerelateerde zorgprofielen VV5 en VV7. We gaan ervan uit dat het gros van de mensen met de grondslag pg tot de dementiepopulatie behoort. We gaan er verder vanuit dat iemand in het jaar voorafgaand aan de indicatie ook al tot de dementiepopulatie kan worden gerekend. Dus als iemand in 2018 een indicatie heeft gekregen zijn, is deze persoon in onze systematiek ook in 2017 tot de dementiepopulatie gerekend.

2. Mensen die in 2017 zijn overleden met een Wlz declaratie voor VV5 of een Pgb VV5/grondslag pg in 2017. Deze categorie is toegevoegd, omdat we voor het jaar 2017 niet over Wlz-indicaties beschikken.

3. Mensen met een diagnose voor Dementiesyndromen – Neurologie. Uit onderzoek van het CBS is gebleken dat een grote meerderheid (circa 86%) van de mensen met een declaratie waar de diagnose uit is afgeleid, daadwerkelijk de diagnose dementie is gesteld.

4. Mensen die enige tijd dementie-medicatie hebben gebruikt. Deze medicijnen worden in de regel alleen voorgeschreven bij dementie.

5. Mensen met minimaal 2 indicatoren in één jaar of in de tijd voor
- Wijkverpleging (codes samengevoegd; vanaf 2017)
- Diagnose Geheugenproblemen en dementie - Inwendige Geneeskunde
- Geheugenproblemen en dementie - Klinische geriatrie (zh)
- Diagnose delirium, dementie, amnestische en overige cognitieve stoornissen (ggz)
(In één jaar gaat het om 2 verschillende indicatoren. In meerdere jaren kan het ook om dezelfde indicatoren - bijvoorbeeld meerdere jaren wijkverpleging - gaan.)

We hebben de combinatieregel geïntroduceerd, omdat bij de diagnoses het percentage mensen met daadwerkelijk dementie tussen de 50 en 70% ligt (bron: CBS). Bij wijkverpleging is dergelijk onderzoek niet bekend. We zien wel dat een groot deel van de mensen met wijkverpleging na enige tijd in de Wlz terecht komt. Een ander deel heeft een diagnose in het ziekenhuis gehad. Er zijn ook mensen die alleen met wijkverpleging zijn geïncludeerd. Deze mensen hebben meer dan 1 jaar wijkverpleging ontvangen en zijn wel geïncludeerd.

6. We sluiten mensen met een grondslag anders dan psychogeriatrie uit. Deze mensen zouden op basis van de inclusiecriteria 3, 4 of 5 in de populatie zijn gekomen. We vinden het niet reëel om deze mensen tot de dementiepopulatie te rekenen, omdat er geen sprake is van een grondslag psychogeriatrie. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die in een instelling voor verstandelijk gehandicaptenzorg wonen.

 

Let op: we nemen de declaratiedata mee die op het moment van analyseren beschikbaar zijn. Dus ook declaraties in bijvoorbeeld 2021 zijn medebepalend of iemand in 2020 tot de dementiepopulatie is gerekend. Hiermee houden we de groep zo actueel en stabiel mogelijk. Het is echter niet uit te sluiten dat bij het toevoegen van een nieuw jaar de populatie in oudere jaren wordt bijgesteld. Dit heeft te maken met het gebruik van deze combinatieregel.