Factsheet dementie

Deel dit bericht via

Een groeiende groep mensen in Nederland krijgt te maken met dementie. Het gaat hierbij om de mensen met dementie zelf, en hun naasten. Voor al deze mensen heeft dementie een grote impact op hun leven.

Door het stijgen van het aantal mensen met dementie neemt de druk op de zorg toe. Dit geldt voor bijvoorbeeld de verpleeghuiszorg en de wijkverpleging. Overheid, wetenschap en verschillende zorgpartijen zoeken naar oplossingen om de druk op de zorg te verlagen. Zij kijken naar preventie, risicoprofilering, betere medicatie en organisatie van zorg. Om zorg voor mensen met dementie goed te kunnen organiseren, is het belangrijk de populatie goed in beeld te hebben. Om hoeveel mensen gaat het? Hoe oud zijn zij? Waar wonen ze en van welke zorg maken zij gebruik?

In deze factsheet lees je het antwoord op deze en andere vraagstukken. Deze cijfers, over de dementiepopulatie van 2019, zijn berekend met het populatiemodel dat Vektis ontwikkelde.

 

9,5% van de mensen met dementie is tussen de 40 en 65 jaar oud

In 2019 tellen we ruim 298 duizend mensen van 40 jaar en ouder met dementie, een stijging van ruim 16 duizend personen ten opzichte van 2018. Dat komt neer op ruim 3% van alle 40-plussers. Ruim 28 duizend van hen is tussen de 40 en 65 jaar. Dat is 9,5% van de totale populatie van mensen met dementie. In 2018 waren dit nog 24 duizend mensen.

In de figuur zie je hoeveel mannen en vrouwen er dementie hebben in 2019. Ook zie je hoe oud deze mensen zijn. 60% van hen is vrouw.

70% van de mensen met dementie woont thuis

70% van de mensen met dementie woont thuis en 30% woont in een instelling. Hierbij zijn we uitgegaan van de situatie in de laatste week van januari 2019. Van de bijna 212 duizend thuiswonende mensen met dementie is ruim 14% in de loop van het jaar opgenomen in een Wlz-instelling. Dat zijn bijna 31 duizend mensen. 

Meeste thuiswonende mensen met dementie in Wassenaar, minste in Lansingerland

Relatief gezien wonen de meeste mensen met dementie in Laren, Wassenaar en Wageningen. Het gaat om zowel thuiswonenden als mensen in een instelling. Wanneer we alleen kijken naar de mensen met dementie die nog thuis wonen, dan ziet de top 3 er anders uit: het percentage is dan het hoogst in Wassenaar, Heerlen en Son en Breugel. Het laagste percentage thuiswonenden vinden we op Schiermonnikoog, in Pijnacker-Nootdorp en Lansingerland.

Navigeer met je muis over de landkaart en ontdek hoeveel mensen met dementie er in jouw woonplaats wonen. Je ziet het percentage 40-plussers met dementie (thuiswonend en in een instelling samen). Daarnaast zie je ook het totaal aantal mensen met dementie en het aantal thuiswonenden en in een instelling.

Stijgende kosten dementie door duurdere verpleeghuiszorg

De zorguitgaven voor de dementiepopulatie nemen toe in de afgelopen 3 jaar, van 9,5 miljard in 2017 naar 11,8 in 2019. Dit wordt voor een deel veroorzaakt door het toenemende aantal mensen met dementie (261 duizend in 2017, 298 duizend in 2019), maar ook door duurdere verpleeghuiszorg. De grootste toename van uitgaven is te zien voor mensen met dementie die in een instelling wonen.

Bijna 212 duizend mensen met dementie die in week 4 van januari 2019 (peildatum) thuiswonen krijgen voor een bedrag van in totaal 5 miljard euro zorg. Dit is voor het grootste deel zorg  gefinancierd vanuit de Zvw, zoals wijkverpleging en ziekenhuiszorg. De groep thuiswonenden ontvangt ook zorg vanuit de Wlz, maar dat komt vooral omdat een deel van deze groep tijdens 2019 naar een instelling is verhuisd. Hun totale Wlz-uitgaven bedragen 2,2 miljard euro. 
 
Voor mensen met dementie die op de peildatum in een instelling wonen worden relatief weinig zorgkosten vanuit de Zvw gefinancierd. De meeste van hun zorguitgaven gaan via de Wlz: in totaal 6,7 miljard euro voor de hele groep. 

30% thuiswonenden met dementie bezoekt SEH

Naast de meer dagelijkse vorm van zorg, kan het gebeuren dat mensen escalatiezorg nodig hebben. Een voorbeeld hiervan is de spoedeisende hulp (SEH) of een opname in het ziekenhuis. Het gebruik van spoedzorg wordt gezien als een indicator voor de kwaliteit van de zorg voor mensen met dementie. Het helemaal voorkomen van spoedzorg is niet mogelijk. Goede organisatie van zorg voor mensen met dementie kan het gebruik van spoedeisende zorg wel verlagen. Ook eerstelijnsverblijf (ELV) is een vorm van escalatiezorg. Dit is kortdurend verblijf in een zorginstelling voor mensen die om een medische reden tijdelijk nog niet of helemaal niet meer thuis kunnen wonen.

Ongeveer 30% van de thuiswonende mensen met dementie is op de spoedeisende hulp geweest, een kwart is opgenomen in het ziekenhuis en 4% maakte gebruik van eerstelijnsverblijf.

Grote verschillen gebruik spoedzorg dementienetwerken

In Nederland zijn 60–65 regionale dementienetwerken actief. In deze samenwerkingsverbanden werken professionals met elkaar aan goede zorg en ondersteuning voor mensen met dementie. We keken naar het gebruik van SEH door mensen met dementie, gecorrigeerd voor verschillen tussen netwerken voor leeftijd en geslacht. Als we de gecorrigeerde scores van de netwerken bekijken dan valt op dat er grote verschillen zijn tussen netwerkregio’s.  

De 3 regio’s met de minste mensen op de spoedzorg:

  • Dementie Rhenen Veenendaal
  • Kennisnetwerk Kwetsbare Ouderen West Achterhoek
  • Netwerk Dementie Zeist
     

En de 3 met de meesten:

  • Netwerk Dementie Haaglanden
  • Ketenzorg Dementie Zuid-Hollandse Eilanden Voorne Putten
  • Keten Dementie Zoetermeer