Vektis helpt zorgaanbieders met continuïteitsbijdrage

Deel dit bericht via

Vektis kreeg er halverwege maart onverwacht een belangrijke grote opdracht bij. Zorgverzekeraars Nederland (ZN) riep de hulp van Vektis in bij het berekenen van de continuïteitsbijdrage: een regeling om zorgaanbieders te compenseren voor omzetverlies vanwege COVID-19.

Toen in maart de coronapandemie uitbrak, had een deel van de zorgaanbieders, met name ziekenhuizen, te maken met een piekbelasting. Zij moesten de patiënten met corona opvangen en behandelen. Voor veel andere zorgaanbieders was er juist een terugval van patiëntenzorg.
In verband met de maatregelen vanuit de overheid, vooral in de lockdownperiode, konden patiënten niet langskomen bij hun behandelaar. Denk aan tandartsen, mondhygiënisten, zelfstandige behandelcentra, ggz-instellingen en fysiotherapeuten. Voor deze organisaties leverde de situatie een acuut financieel probleem op.

De overheid stelde in het begin van de crisis al snel regelingen beschikbaar voor ondernemers. De zorgverzekeraars, verenigd in Zorgverzekeraars Nederland, voelden echter ook hun eigen verantwoordelijkheid en droegen eraan bij om de zorg toegankelijk te houden en zorgaanbieders goed door de coronaperiode heen te helpen. Het is van groot belang dat zorgaanbieders niet omvallen, zodat ze de zorg kunnen blijven leveren, nu en na de coronacrisis. De zorgverzekeraars kwamen daarom met een eigen regeling: de continuïteitsbijdrage.

Uniformeren

Om de regelingen te kunnen uitvoeren klopte ZN bij Vektis aan met de vraag om te helpen bij het uniformeren van de uitvoering. En om te berekenen wat een reële en eerlijke bijdrage is per individuele zorgaanbieder en welk deel daarvan door welke zorgverzekeraar moet worden vergoed. Daarvoor had ZN Vektis hard nodig en we zijn daar tot op de dag van vandaag druk mee.

Petra van Holst, algemeen directeur van Zorgverzekeraars Nederland: “Het zijn uitzonderlijke tijden voor de zorg, en daarmee ook voor de zorgverzekeraars. ZN heeft met hulp van met Vektis in korte tijd voor alle zorgaanbieders in Nederland regelingen ontworpen en uitgevoerd. We werkten daarbij intensief samen met (de koepels van) zorgaanbieders. Een flinke klus. Samen hebben we eraan bijgedragen dat verzekerden ook na corona de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben. Ik ben blij dat we dit zo hebben kunnen doen.”

Berekenen

Vektis beschikt over alle declaratiegegevens van in het verleden geleverde zorg. Om te bepalen wat de omzet van elke aanbieder is in een ‘normale’ situatie kijken we terug naar het jaar 2019. Daarbij moeten we rekening houden met het aantal verzekerden dat per 1 januari gewisseld is van zorgverzekeraar. Wij beschikken ook over die overstapcijfers. Om de normomzet per zorgaanbieder eerlijk te kunnen verdelen naar zorgverzekeraar, moet op basis van die overstapgegevens een herberekening plaatsvinden.

Als de normomzet per zorgaanbieder is vastgesteld, komen er nog diverse factoren om de hoek kijken die van invloed zijn op de hoogte van de continuïteitsbijdrage. Zo moet Vektis rekening houden met de jaarlijkse procentuele stijging van zorgkosten. Een andere factor is de berekening van de vaste lasten. ZN schakelde een extern bureau in om deze reële vaste kosten per zorgaanbieder te kunnen vaststellen. Een fysiotherapeut bijvoorbeeld, heeft veel vaste lasten die ook tijdens de lockdown doorlopen, zoals de huur van een pand en personeel. Maar een zorgaanbieder die veel verbandmateriaal inkoopt, verbruikt juist minder als er geen patiënten komen en hoeft geen nieuw verband te kopen. Dit alles telt mee bij de berekening van de voorlopige bijdrage die de aanbieder krijgt uitgekeerd. Wat het nog complexer maakt is dat er voor grotere aanbieders, zoals grotere thuiszorg- of ggz-organisaties, een andere regeling geldt dan voor kleinere aanbieders.

Daarmee is het nog niet klaar. De crisis is nog niet voorbij en we weten niet wanneer de situatie weer enigszins normaal wordt. We verwachten nog veel complexe naberekeningen. Daarbij houden we ook rekening met bijvoorbeeld de inhaalzorg: het ziekenhuis dat in maart niet-acute operaties uitstelde, loopt eind van het jaar, als het goed is, zijn achterstanden in. Maar andere aanbieders hebben capaciteitsproblemen en kunnen die inhaalslag niet maken. Dat gaat meewegen in de definitieve berekening van de continuïteitsbijdrage.

Bijdragen aan een bijzondere opgave

Onze collega Michiel ten Hove is productowner in het team Maatwerk, het team binnen Vektis dat de taak kreeg om de continuïteitsbijdrage te berekenen. Een enorme klus naast al het andere werk. Michiel vertelt hoe dat ging.

“Mijn team beantwoordt vragen die niet vallen onder de standaardinformatie- en onderzoeksproducten en standaarddienstverlening van Vektis. Ons werk is zeer uit eenlopend, van het leveren van data aan de NZa of het Zorginstituut, tot controle- en fraudeonderzoeken, en vragen van universiteiten in het kader van wetenschappelijk onderzoek. De coronapandemie is een heel uitzonderlijke situatie. Zo’n vraag om te helpen bij de continuïteitsbijdrage hebben wij nooit eerder gehad. Maar we waren voorbereid. De data hebben we en de infrastructuur die ervoor nodig was hadden we al in huis. Het zijn behoorlijk complexe regelingen om uit te voeren. En vooral in het voorjaar en begin van de zomer waren we hier enorm veel tijd mee kwijt.

Als productowner neem ik deel in een werkgroep met ZN die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de continuïteitsbijdrage. Die werkgroep geeft aan wat zij nodig heeft en mijn rol is om dat voor het hele team duidelijk te vertalen. Ook het team dat verantwoordelijk is voor het AGB-register heeft een taak gekregen hierin. Om inzichtelijk te maken of een zorgaanbieder zich wel kan identificeren als betrouwbare onderneming is een inschrijving in het UBO-register nodig, een voorwaarde om voor continuïteitsbijdrage in aanmerking te komen. Het team AGB heeft de uitvraag daarvoor verzorgd.

Ondanks de onverwachte hoeveelheid extra werk begreep iedereen meteen het belang van de operatie en het hele team was gemotiveerd om de schouders eronder te zetten. Het is ook mooi dat je op deze manier echt een verschil kunt maken. De ondernemingen hebben die bijdrage hard nodig om het hoofd boven water te houden. Dan is het extra leuk om via ZN te horen dat zorgaanbieders dit enorm waarderen.”